Bewindvoerderskosten te hoog of kwaliteitseisen gemeenten te laag?

Bewindvoering booming business?

Bewindvoering, de begeleiding van mensen met grote schulden, is ‘booming business’. Zo werd gisteren gesteld in het artikel van de NOS. Een maatregel die volgens gemeenten te veel geld kost, te meer nu zij geen invloed kunnen uitoefenen op kwaliteit van de bewindvoering. Gemeente Dordrecht en gemeente Deventer hebben een oplossing bedacht om de kosten voor beschermingsbewind te drukken: zij hebben de vergoedingskosten voor bewindvoering verlaagd en eigen bewindvoerders ingezet.

Maar zijn de vergoedingskosten voor beschermingsbewind nu echt zo buitensporig hoog? De tarieven voor bewindvoering zijn wettelijk vastgelegd door het Landelijk Overleg Voorzitters Civiele en kantonsectoren (LOVCK). Een professionele bewindvoerder krijgt (als geen sprake is van problematische schulden) 17 uur per jaar vergoed. In bepaalde gevallen worden deze kosten niet rechtstreek aan de cliënt doorberekend, maar kan er bijzondere bijstand worden aangevraagd bij de gemeente. Theoretisch gezien is er (in beide gevallen) minder dan anderhalf uur per maand beschikbaar voor elke cliënt. In de praktijk is dit in eenvoudige situaties haalbaar, maar in veel gevallen heeft een professionele bewindvoerder met complexe gebeurtenissen en omstandigheden te maken. Denk hierbij aan dreigende uithuiszettingen, scheidingen, overlijden, etc. Ik denk dat elke bewindvoerder kan beamen dat bij dit soort situaties, een vergoeding van 17 uur niet lucratief is.

Kwaliteit versus kwantiteit

Hoe dan ook, een aantal gemeenten zijn van mening dat de vergoeding van bewindvoerderskosten te hoog is, te meer nu zij geen invloed hebben op de kwaliteit van de bewindvoering. Vandaar de maatregel van gemeente Dordrecht en gemeente Deventer om de vergoedingskosten te verlagen en ‘eigen’ bewindvoerders in dienst te nemen. Volgens de wethouder van Deventer, Peter Heijkoop, is dit goedkoper en is er op deze manier onder meer beter zicht op de kwaliteit. Een interessante constatering. De vraag dringt op hoe het de ‘eigen’ bewindvoerders van deze gemeenten, die eveneens te maken hebben met complexe situaties, wél lukt om in minder dan 17 uur alle benodigde werkzaamheden te verrichten. De vergoedingskosten zijn bovendien nóg lager, dus de desbetreffende bewindvoerders zullen in minder dan anderhalf uur per maand per cliënt alle werkzaamheden moeten uitvoeren. Ik durf de conclusie te trekken dat er dan ófwel wordt ingeleverd op kwaliteit ófwel uit een ander potje wordt geput om de gemaakte kosten te vergoeden. Bovendien kan de vraag worden gesteld of hier geen sprake is van oneerlijke concurrentie. Immers is de ‘normale’ bewindvoerder niet opgewassen tegen de (zogenaamd) ‘goedkopere’ bewindvoerders van gemeenten.

Tegenstrijdige belangen

Nu gemeenten kwaliteit zo hoog in het vaandel hebben staan, is een andere vraag die opkomt, welke onafhankelijke partij de werkzaamheden van de gemeentelijke bewindvoerders van de desbetreffende gemeenten op individuele dossiers controleert. Want dat controle juist bij gemeentelijke bewindvoerders van belang is, blijkt alleen al uit het feit dat de gemeente vanuit verschillende nogal tegenstrijdige belangen kan opereren. Zo komt het voor dat een gemeente niet alleen de bewindvoerder is van een cliënt, maar eveneens de schuldeiser en uitkeringsinstantie. Als kwaliteit van bewindvoering boven alles gaat, moeten gemeente Deventer en gemeente Dordrecht zichzelf misschien de kritische vraag durven stellen, of zij – gezien de tegenstrijdige belangen – de aangewezen instantie zijn om als bewindvoerder het vermogen van cliënten te beheren.

Conclusie

Over de vraag of de vergoeding van bewindvoerderskosten al dan niet te hoog is, zal nog lang worden getwist. Mijns inziens is de oplossing niet gelegen in het in dienst nemen van eigen bewindvoerders door gemeenten. Nu de vergoedingskosten voor deze bewindvoerders worden verlaagd wordt er naar mijn oordeel ofwel ingeleverd op kwaliteit, ofwel geput uit een ander potje van de gemeente. Daarom ben ik van mening dat controle op de kwaliteit van bewindvoering niet alleen vereist is bij de private bewindvoerders, maar van minstens even groot belang is bij gemeentelijke bewindvoerders. Te meer nu het voorkomt dat een gemeente niet enkel in de hoedanigheid van bewindvoerder optreedt, maar in hetzelfde dossier eveneens de schuldeiser en uitkeringsinstantie is van een cliënt. Aangezien een aantal gemeenten het standpunt innemen dat zij graag invloed uitoefenen op de kwaliteit van bewindvoering, zouden zij kunnen beginnen met zichzelf de vraag stellen of gemeenten – gezien de tegenstrijdige belangen – de aangewezen instantie zijn om als bewindvoerders het vermogen van cliënten te beheren.